skip to main content

Wetten en regels

KRW en SFT2

De SFT2 is gebaseerd op concepten en begrippen uit de kader richtlijn water (KWR) en de wetenschap. In bijlage II van de KWR is de taak omschreven waarop de sleutelfactor aansluit. Hieronder is in cursief aangegeven waar de regeling en het instrument op elkaar aansluiten.

“De lidstaten (waterbeheerders)

 … gebruiken de bovenvermelde informatie die zij verzameld hebben, en alle andere relevante informatie, met inbegrip van bestaande milieumonitoringsgegevens (de DPSIR-informatie met monitoring via het Chemie- en Bioassay spoor)

 … om een beoordeling te maken van de kans dat oppervlaktewaterlichamen in het stroomgebiedsdistrict niet zullen voldoen aan de milieukwaliteitsdoelstellingen die artikel 4 aan die lichamen stelt (een goede ecologische en chemische toestand).

 De lidstaten (waterbeheerders)

 … kunnen bij die beoordeling modelleringstechnieken (hydrologische modellen en de rekentool Chemiespoor) gebruiken.

 Voor lichamen waarvan is gebleken dat zij gevaar lopen niet te voldoen aan de milieukwaliteitsdoelstellingen moet, voorzover dienstig, een verdere karakterisering plaatsvinden om het ontwerp van de bij artikel 8 voorgeschreven monitoringsprogramma's (zoals specifieke bioassays)

 … en de bij artikel 11 voorgeschreven maatregelenprogramma's (zie maatregelen) te optimaliseren.”

 KRW Bijlage II, Artikel 1.5, Analyse van Drukfactoren en Effecten

KRW: actiegericht, systeemgericht en integraal

De KRW is actiegericht. De kwaliteit van water moet worden verbeterd en beschermd, totdat die goed is. Daarvoor bestaan twee hoofd-indicatoren:  

  • Een goede ecologische toestand die laat zien dat drukfactoren op lokaal niveau geen effecten hebben op het onderwaterleven; 
  • Een goede chemische toestand, die laat zien dat de concentratie van schadelijke stoffen op Europees niveau onder de toegestane norm blijft en het terugdringingsbeleid effectief is geweest; 

Als deze indicatoren een minder dan goede toestand aangeven, is er sprake van drukfactoren (inclusief stoffen en mengsels) die apart en/of samen de ecologische toestand aangetast hebben, respectievelijk is er sprake van prioritaire stoffen die in te hoge concentraties aanwezig zijn. Beide duiden erop, dat het water niet onverkort voor alle (gebruiks)doelen en als woonplaats voor planten en dieren geschikt is. In die gevallen is een diagnose nodig welke factoren de effecten veroorzaken. De SFT2 (voor stoffen) en de SESA-aanpak (ecologie: Stroomgebiedsbrede Ecologische Systeem Analyse) bieden hiervoor de werkwijzen. 

  • De KRW is systeemgericht. Waterbeheer gebeurt per watersysteem omdat water stroomt en verontreinigingen zich verplaatsen. Dit wordt gebruikt in de SFT2 en in SESA; 
  • De KRW is integraal en bekijkt alle bestaande en mogelijke drukfactoren, stoffen en mengsels in onderlinge samenhang; 

SFT2: ook actiegericht, systeemgericht en integraal

De  SFT2 levert samen met SESA (voor respectievelijk toxische stoffen en ecologie) handige, systeem- en actiegerichte en integrale hulpmiddelen voor praktische watersysteemanalyses en het afleiden van maatregelen. De SFT2 wordt ingezet onder KRW-Bijlage II, omdat de hulpmiddelen specifiek zijn ontworpen onder het mandaat en de opzet van de KRW. De SFT2-hulpmiddelen helpen om de kans te bepalen dat, en waarom, de KRW-doelen niet behaald worden.

Definities

Oppervlaktewatertoestand

De toestand van een oppervlaktewaterlichaam, bepaald door de ecologische of de chemische toestand. De slechtste van beide is bepalend (Artikel 2.17);

Ecologische toestand

De kwaliteit van de structuur en het functioneren van aquatische ecosystemen in oppervlaktewater, ingedeeld volgens bijlage V (Artikel 2.21). De indeling levert vijf toestandsklassen, gerelateerd aan de mate van bedreiging en effect. Bij significante effecten moeten maatregelen worden genomen om de goede toestand te herstellen. Daaraan voorafgaand moet vastgesteld worden welke drukfactor(en) - apart of samen – de goede toestand belemmeren. Alle stoffen en mengsels kunnen hieraan bijdragen;

Chemische toestand 

De waterkwaliteit afgemeten aan stoffen die op Europees niveau vaak leiden tot normoverschrijding en mogelijke effecten op mens en milieu. De indeling levert twee toestandsklassen, die onderscheiden worden via de Milieukwaliteitsnorm (MKN); 

Verontreinigende stof

Een stof die tot verontreiniging kan leiden, vooral de stoffen uit bijlage VIII van de KRW.

Verontreiniging

De inbreng van stoffen of warmte in het milieu die de gezondheid van mensen of de kwaliteit van ecosystemen in het water en op het land kunnen aantasten, schade berokkenen of de belevingswaarde van het milieu aantasten of belemmeren;

Specifieke verontreinigende stoffen

Prioritaire en andere stoffen die in een waterlichaam worden geloosd. Verontreinigende stoffen die algemeen in Europa voorkomen heten prioritaire stoffen. De EU is een belangrijke speler bij de vermindering van de toxische druk door deze categorie vervuilers. Andere stoffen komen door landgebruik en bewoning vooral voor in bepaalde stroomgebieden van grote Europese rivieren. Internationale commissies (zoals de commissie voor de bescherming van de Rijn, zijn voor deze specifieke stoffen belangrijk. Stoffen die overwegend voorkomen in bepaalde regio’s vallen onder verantwoordelijkheid van een waterschap.

De KRW verplicht het nemen van maatregelen tegen deze stoffen door waterbeheerders. De tabel landgebruik-stoffen helpt bij de determinatie van specifieke verontreinigende stoffen.